Persoonlijk contact is effectiever dan de perfecte fondsaanvraag

Hoe Tamara ongeoormerkt geld vindt

Geschreven door Lou Benders | 14 september 2026

Tamara Nanlohy werkt sinds 2023 als fondsenwerver bij Blijf Groep, de oudste opvangorganisatie in Nederland die slachtoffers van huiselijk geweld helpt met advies en opvang. Ze kreeg de opdracht die veel fondsenwervers herkennen, maar weinigen hardop uitspreken: vind geld dat níet aan een project vastzit.

In dit gesprek vertelt ze hoe ze dat aanpakt, waarom werkgevers volgens haar een sleutelrol hebben in de aanpak van huiselijk geweld, en wat ze zou willen vragen aan de fondsen aan de andere kant van de tafel.

“We kunnen dit niet in ons eentje oplossen”

Kun je wat meer vertellen over Blijf Groep?

“Blijf Groep is een organisatie die slachtoffers van huiselijk geweld helpt. Vrouwen, kinderen en mannen. Voorheen stonden we vooral bekend als Blijf van m’n Lijf maar die term dekt de lading niet meer. We doen veel meer dan mensen helpen in onze eigen opvang. We helpen ook heel veel mensen thuis. En dat heeft een groot voordeel, want als er kinderen betrokken zijn, kunnen die gewoon in hun eigen omgeving blijven.

In onze eigen opvang zitten vooral de ernstige gevallen. Mensen die structureel en ernstig geweld meemaken. Dat betekent niet dat het buiten de opvang niet ernstig is, maar het geeft wel aan hoe beperkt de plekken zijn. We hebben er landelijk maar 1000, verdeeld over ongeveer dertien organisaties. Dat is veel en veel te weinig.

Ik wil ook even benadrukken dat wij niet landelijk opereren, maar alleen in Noord-Holland en Flevoland. We hebben wel landelijk bereik, in de zin dat we echt expert zijn op het gebied van femicide. Die kennis en expertise delen we met andere vrouwenopvangorganisaties. Officiëel staan we hierdoor bekend als vrouwenopvangorganisatie, maar we zijn er ook voor kinderen en mannen die onder huiselijk geweld gebukt gaan.”

Hoeveel plekken zouden jullie eigenlijk nodig hebben?

“Om je een idee te geven: er is een Europees verdrag, het Verdrag van Istanbul. Daarin is per land berekend hoeveel plaatsen er zouden moeten zijn, op basis van inwonersaantal en hoe vaak huiselijk geweld voorkomt. In Nederland zouden we er dan 1800 moeten hebben. We hebben er maar 1000.

Er worden jaarlijks 200.000 slachtoffers van huiselijk geweld gemeld bij Veilig Thuis en bij de politie. En we weten dat dit eigenlijk een klein gedeelte is van de werkelijke aantallen. Er hangt nog steeds een stigma op huiselijk geweld. Mensen schamen zich als ze door hun eigen partner of hun eigen vader geslagen worden. Of ze denken dat het normaal is.”

Tamara benadrukt dat het beeld dat veel mensen hebben niet klopt.

“Het komt overal voor. Ongeacht je afkomst, je opleiding, of je gestudeerd hebt of niet, of je een Nederlandse achtergrond hebt of niet. En in alle regio’s van Nederland.


Mensen hebben daar echt een verkeerd beeld van, alsof het vooral in minder sociaaleconomische klassen voorkomt. Onze praktijk wijst uit dat het echt overal voorkomt. Als ik erover spreek, hoor ik nog steeds vaak als eerste vraag of het niet vooral cultureel bepaald is. Er is nog heel veel te doen aan bewustwording.

Het is een groot, miskend probleem. En het is echt een maatschappelijk probleem waarvan wij zeggen: we kunnen dit niet in ons eentje oplossen. We hebben iedereen uit de maatschappij nodig. Daarom werkt Blijf Groep niet alleen aan directe veiligheid maar ook aan maatschappelijke agendering.”

De opdracht: zoek geld dat niet vastzit

Wat is jouw rol daarin?

“Ik ben drie jaar geleden als fondsenwerver begonnen, in 2023, met een best expliciete opdracht: ongeoormerkt geld vinden. Dus minder projectgebonden financiering.

Wij zijn een welzijnsorganisatie met 90 procent maatschappelijk werkers. We hebben weinig geld om projectleiders en financiële administrateurs in dienst te hebben en te houden, mensen die al die verantwoordingen bijhouden. Onze core business is mensen helpen. Als je op basis van projecten fondsen gaat werven, heb je echt een stevige basis nodig van projectadministratie en projectmanagement. Ik zeg niet dat we die niet hebben, maar het is niet onze core business.

Dus mijn opdracht is om in contact te komen met vermogensfondsen, bedrijven en major donors die ons op basis van vertrouwen geld willen geven. Het liefst ook voor meerdere jaren. En niet zozeer voor een project, maar om ons als organisatie te versterken.

Dat vertrouwen is nodig omdat Blijf Groep investeert in iets waar bijna niemand voor betaalt: onderzoek en nieuwe interventies.

95 procent van onze financiële middelen komt van subsidies. Maar dat is vooral om de directe veiligheid te organiseren voor mensen die in gevaar zijn. Dat is heel belangrijk. Maar als we op lange termijn echt een verschil willen maken, moeten we onderzoek doen naar nieuwe interventies. We hebben bijvoorbeeld ook interventies met plegers van het geweld, omdat we weten dat dit probleem alleen de wereld uitgaat als we het hele systeem betrekken. Dat betekent dat je de plegers betrekt bij de oplossing, maar alleen als de veiligheid het toelaat, uiteraard.

Dat onderzoek doen we nu van ons eigen geld. Dat kunnen we niet eindeloos blijven doen. Veel mensen weten niet eens dat wij een fondsenwervende organisatie zijn. Die denken dat we alles van de gemeente krijgen. Dat is voor een deel ook zo, voor de directe veiligheid. Maar om structurele oplossingen te vinden moet je blijven innoveren. En daar krijgen we geen geld voor.”

Hoe ze aan haar opdracht invulling geeft

Je bent drie jaar geleden begonnen. Hoe ben je daarin gestapt?

“Ik ben begonnen met een fondsenwervingsbeleid maken. Overigens zonder achtergrond als fondsenwerver. Ik heb de mogelijkheid gekregen om dit te doen en ik mocht groeien in die rol.

Dat beleid heb ik goed doorgesproken met de directie, want die moet er volledig achter staan. Een van de speerpunten was dat we überhaupt bekend komen te staan als fondsenwervende organisatie. Dat heb ik ook gedeeld met onze collega’s. We vertellen het op feestjes, in je privéomgeving: we krijgen weliswaar subsidies, maar we hebben net zoals de KiKa’s en Greenpeace van deze wereld geld nodig voor investeringen op lange termijn.

Daarna komt het in kaart brengen van je doelgroepen. Particulieren, major donors, bedrijven, vermogensfondsen. En dan kiezen waar je grootste kans ligt. Particulieren hebben we een lage prioriteit gegeven omdat het vrij tijdsintensief is. We kozen eerst voor major donors en vermogensfondsen. De laatste tijd richt ik me op het bedrijfsleven.”

Ontdek nieuwe kansen voor jullie organisatie met de inkomstenmix scan →

Waarom het bedrijfsleven?

“Omdat ik van mening ben dat werkgevers een grote rol kunnen hebben in de aanpak van huiselijk geweld. Veel mensen werken en hebben een werkgever. Werk is vaak de veilige plek. En inkomen is heel erg belangrijk, met name voor vrouwen. Als je je inkomen houdt, heb je misschien wat beter het gevoel dat je de stap kunt maken om uit een onveilige situatie te stappen.

En voor werkgevers zie ik een voordeel om dit binnen hun bedrijf te adresseren. Huiselijk geweld heeft effect op je verzuimcijfers en op de productiviteit van je werknemers. En puur menselijk wil je er natuurlijk ook zijn voor je medewerker. Als je ziet dat iemand continu stress heeft als hij naar huis moet, of heel slaperig is, of eigenlijk niet goed functioneert.”

Twee jaar geleden bestond Blijf Groep vijftig jaar. Dat jubileum werd aangegrepen als hefboom.

“We zijn de oudste opvangorganisatie in Nederland. Op zich was dat een feestje, maar ook weer niet, want huiselijk geweld is nog steeds aan de orde van de dag. Dus we hebben ons jubileum gebruikt om het hoog op de maatschappelijke agenda te krijgen, met veel bewustwordingscampagnes. En ik kreeg de gelegenheid om een benefietdiner te organiseren. Dat was nieuw en spannend, maar ook heel leerzaam. Naast het geld dat we ophaalden was het ook een mooi moment om te laten zien: dit is belangrijk, en iedereen kan hieraan bijdragen. Als PR- en bewustwordingsmiddel was het erg succesvol.”

Geen standaardverhaal vertellen

Naar welke bedrijven stap jij dan toe?

“Ik moet heel erg toegeven dat wij veel gevonden worden. Dat komt door momenten als International Women’s Day op 8 maart en door Orange the World, de periode in november die letterlijk en figuurlijk het licht laat schijnen op vrouwen en meisjes die met geweld te maken hebben. Op die momenten zijn er veel bedrijven, vooral internationale, die met hun werknemers een rally houden of iets dergelijks.

Zo is het begonnen, en dat heeft mij gestimuleerd om zelf ook naar internationale bedrijven te stappen. We hebben het geluk dat we in Amsterdam zitten, vol hoofdkantoren. De meeste grote bedrijven hebben een CSR-afdeling, met iemand die daar verantwoordelijk voor is. Die schrijf ik aan, met wisselend succes.

Vaak hebben ze al een dedicated potje voor doelen die ze van tevoren hebben vastgesteld. Het is niet makkelijk om daartussen te komen. Maar het gaat ook om een zaadje planten, want ze wisselen wel eens van goede doel. Het ene jaar is het SOS Kinderdorpen of War Child, en dan zegt een fonds na vijf jaar: we willen nu vrouwen steunen die het moeilijk hebben. Dan kom je ineens in beeld.”

Heb je trends ontdekt in de messaging die daarbij helpt? Werk je met één kernverhaal, of pas je het aan?

“Nee, ik kijk steeds naar het bedrijf zelf.

Zo heb ik een bedrijf benaderd dat hele high-end luxe travel gear maakt. Koffers, tassen, heel mooie koffers. Die vertel ik dat onze cliënten op een bepaalde manier op reis gaan, ze gaan eigenlijk ook een ‘journey’ aan. Maar hun start is heel anders, ze hebben niet altijd tijd gehad om koffers te pakken. Sterker nog, ze hebben soms alleen maar een Albert Heijn-tasje. Dat komt echt voor, dat iemand hier binnenkomt met alleen een Albert Heijn-tasje, omdat ze midden in de nacht heeft moeten vluchten.

Bij een advocatenkantoor ligt het anders. Daar werken doorgaans niet veel vrouwen, maar kunnen ze bijvoorbeeld heel proactief bezig zijn met gender equality, dan is dat het begin van een gesprek. Dan staan ze vaak meer open voor dit soort onderwerpen. En bij reclamebureaus, branches waar veel vrouwen werken, geef ik aan wat de cijfers zijn. Als je het over femicide hebt, dan heb je het erover dat bijna elke acht dagen een vrouw wordt vermoord. En dat in de helft van de gevallen de partner of (ex)partner de dader is.

Die cijfers zijn op zich bekend in Nederland, maar mensen vinden het toch moeilijk om dat echt te laten bezinken. Als ik dat persoonlijk vertel, en aangeef dat het in een bedrijf van duizend personen best impact kan hebben als zoiets gebeurt, en dat de kans daarop reëel is, dan heb je vaak wel de aandacht.

Dus nee, zeker geen standaardverhaal. Het is belangrijk om steeds te kijken met wie je te maken hebt.”

En hoe benader je mensen? Mail, telefoon?

“Ik ga niet zozeer op pad. Ik onderzoek en probeer via LinkedIn contact te krijgen. Dat lukt soms wel, soms niet. Soms kijk ik in mijn netwerk of er iemand is die iemand kent in dat bedrijf. Soms gaat het gewoon via de receptie. En soms kom je er helemaal niet doorheen. Soms heb je een rechtstreeks mailadres van de CEO, en dan krijg je netjes antwoord dat ze al een aantal andere goede doelen steunen.

Dus ik heb daar niet echt een strategie voor.”

Het thema raakt en motiveert

Je bent de hele tijd bezig met een heel heftig thema. Hoe lukt het jou om daar afstand van te houden?

“Dat lukt goed. Ik heb enorm veel bewondering voor mijn collega’s, de maatschappelijk werkers, die veel dichter op de materie zitten. Ik vraag ze ook of ze meekomen als we een presentatie doen, omdat zij het veel beter vanuit hun eigen praktijk kunnen vertellen.

Wat ze dan vertellen, dat raakt mij en dat raakt vaak ook het publiek. Een collega die een erg heftig verhaal deelde zei tegen mij:”

“Ik moet het vertellen zoals ik het vertel, want mensen moeten echt weten hoe erg het kan zijn en hoe ernstig het is als je hier terecht komt.”

“Ook als het soms lastig is om ernaar te luisteren.

Tegelijkertijd motiveert dit juist enorm. Niet alleen de heftige verhalen, ook de succesverhalen. Die laten zien dat er verandering kan komen in je situatie, met de juiste hulp. Het is heel lastig, maar we hebben voorbeelden waarin het heel goed gaat met iemand. We hebben zelfs mensen in dienst die hier zijn geweest en die vanuit hun eigen ervaring anderen kunnen helpen. Dat helpt.

Dus ja, het raakt me. Maar het motiveert me ook.”

 

Leer meer over storytelling voor goede doelen →

Wat samenwerking met bedrijven echt oplevert

Zijn er samenwerkingen waar je heel trots op bent?

“We hebben contact met een groot brandingbureau dat ons gaat helpen kijken hoe we in de markt bekendstaan, qua naam en qua uitingen. Dat zijn hele dure trajecten die wij zelf niet zouden kunnen betalen, daar zouden we heel lang voor moeten sparen.

En het werkt wederzijds. Zij helpen ons enorm door hun expertise in te brengen. Tegelijkertijd is het een enorm groot bedrijf waar ook veel vrouwen werken. En ik zeg steeds vrouwen, maar het is voor mannen net zo’n belangrijk onderwerp. Je ziet gewoon aan de mensen die ons helpen hoezeer het hen ook helpt. In hun omgeving, zakelijk en privé.

Dit is een onderwerp dat een trickle effect nodig heeft. Als we bij zo’n groot bedrijf binnen zijn, zie ik dat op zoveel verschillende manieren als voordeel. Natuurlijk scheelt het ons denkwerk en investeringen. Maar het gaat veel verder dan dat. De bewustwording binnen zo’n bedrijf wordt enorm vergroot, en zij nemen het weer mee naar huis om het te bespreken. Die samenwerkingen koesteren wij enorm.”

Dus twee vliegen in één klap: middelen én naamsbekendheid.

“Ja. Al is het niet altijd zo dat sponsoring het voordeel biedt dat we zoeken. Soms wil een bedrijf spullen doneren waarvan we denken: heel belangrijk, maar op dit moment hebben we gewoon geld nodig voor kinderopvang bij wijze van spreken.


Daarom vind ik dat ongeoormerkte geld zo belangrijk. Als er gedoneerd wordt voor een kinderactiviteit op één locatie, terwijl er op een andere locatie ineens iets heel urgents ontstaat, dan willen we graag de vrijheid hebben om het daar in te zetten. Daarom werken we graag met mensen die ons het vertrouwen geven dat wij weten waar we het het beste kunnen inzetten.

We zijn natuurlijk transparant over onze uitgaven. Als het nodig is en het is toch een project, dan doen we uiteraard goede verantwoording. Maar dat kost relatief veel tijd. De aanvraag schrijven, de verantwoording schrijven. Soms vind ik dat best zonde van de uren. Want iedereen wil eigenlijk gewoon dat het geld meteen gaat naar waar het nodig is.”

Resultaat is niet hetzelfde als impact

En vermogensfondsen, werken die ook met ongeoormerkt geld?

“Er zijn niet veel vermogensfondsen die ongeoormerkt geven. De traditionele vermogensfondsen doen dat liever op basis van projecten.

Wel is er een trend gaande waarbij meer wordt gekeken naar de impact van het geld dat gedoneerd wordt, en minder naar wat de resultaten precies zijn. Dat heb ik gemerkt. Toen ik drie jaar geleden begon, moest ik echt wennen aan hoe erg er gefocust werd op KPI’s.

Want als je op lange termijn wilt zien wat de impact is geweest, heb je veel tijd nodig om die impact te maken. Zeker met een onderwerp als huiselijk geweld, waarbij je een hele complexe materie en doelgroep hebt. Mensen die naast huiselijk geweld soms ook schuldenproblematiek hebben, of middelengebruik. Dan ben je er niet met een jaar.

En als je een project hebt van een jaar, waarbij aan de voorkant een aanvraag geschreven moet worden en aan de achterkant een verantwoording, dan blijft er relatief weinig tijd over voor het echte werk. Dan kun je een resultaat laten zien, maar ik vind niet dat dat altijd iets zegt over impact. De impact is vaak pas over drie of vijf jaar te zien. Die is er wel. Maar dat vind ik soms lastig aan projectmatige financiering.

Ik heb begrepen dat er echt wel partijen zijn die meer durven investeren op basis van vertrouwen en op langere termijn. Zodat je die impact ook echt kunt voelen. Niet alleen maar resultaat na twee jaar.”

Is dat ook een oproep die je zou willen doen aan fondsen en gemeentes?

“Niet zozeer heel plat van: vertrouw ons, het komt goed, we weten wat we doen. Maar wel: laten we samen kijken wat haalbaar en realistisch is.

Dat geldt zeker voor kleine stichtingen met een hele andere core business. Ik weet niet of ik het goed zeg, want ik heb zelf geen werkervaring bij grote organisaties zoals Greenpeace of War Child. Die hebben daar vaker gespecialiseerde mensen voor. Maar het zou zonde zijn als die partijen steeds het geld krijgen omdat ze zo goed zijn in verantwoording en projecten.

Er zijn zoveel mooie kleine initiatieven die we ook nodig hebben. Die zien jullie ook op jullie site. Die hebben hun zaken heus wel op orde, maar ze zijn bezig met de materie, met mensen helpen, met dingen uitvogelen. Die hebben dat niet altijd meteen allemaal paraat.

Ik ben er wel voor om transparant te zijn, van beide kanten. Maar het moet geen verplicht nummer worden waar niemand bij gebaat is.”

 

Gebruik voor jullie volgende fondsaanvraag ons handige template →

“Laat je stem letterlijk horen”

Is er nog iets dat je zou willen toevoegen?

“Ik denk dat netwerken en het persoonlijk benaderen van mensen vele malen effectiever is dan mailen en de perfecte fondsaanvraag schrijven.

Er wordt zoveel van mensen gevraagd om onderscheid te maken tussen al die goede doelen die allemaal goede dingen doen. Dan is het belangrijk om je stem letterlijk te laten horen. Vertel waarom jij ergens werkt, kijk met wie je spreekt en wat hen aanspreekt aan jouw doel.

Dus ik zou fondsenwervers willen aanmoedigen om echt persoonlijk contact te zoeken. En dan misschien niet eens zozeer om te pitchen, maar om vanuit jezelf te vertellen waarom dit zo belangrijk is. Dat doet vaak veel meer aan de ontvangende kant dan een pitch over waarom jij belangrijk bent. Want eigenlijk is iedereen belangrijk.”

Heb jij persoonlijk een reden om hier te werken?

“Ja. Ik heb in mijn omgeving huiselijk geweld gezien. En ik zie ook wat dat op lange termijn voor effect kan hebben op kinderen. Dat je er als volwassene nog veel last van kunt hebben. Vaak is dat niet zichtbaar, maar het heeft zeker invloed op hoe je je gedraagt. En in het slechtste geval word je als slachtoffer van huiselijk geweld opnieuw slachtoffer als volwassene, of zelfs pleger. Dat is helemaal schrijnend. Dat wens je niemand toe.

Dus ja, dat blijft mij enorm motiveren om dit goed te blijven doen.”

De learnings: 7 lessen van Tamara

Voor iedereen die fondsen werft, of dat nu bij een grote organisatie of een kleine stichting is.

  1. Begin met beleid, en met de directie aan boord. Tamara startte met een fondsenwervingsbeleid dat ze volledig doorsprak met de directie. Zonder die rugdekking blijft fondsenwerving een los project in plaats van een organisatiestrategie.

  2. Kies je doelgroepen bewust, en stel prioriteiten. Particulieren, major donors, bedrijven, vermogensfondsen. Tamara koos bewust niet voor particulieren omdat het te tijdsintensief was voor haar situatie. Focus op waar je grootste kans ligt.

  3. Zorg dat medewerkers zich ambassadeurs voelen voor fondsenwerving. Veel mensen denken dat Blijf Groep alleen gemeentelijke subsidies krijgt en het daarmee maar moet doen. Collega’s die op verjaardagen kunnen uitleggen dat er ook privaat geld nodig is, zijn je eerste ambassadeurs.

  4. Pas je verhaal aan op wie je aanspreekt. Een koffermerk krijgt het verhaal over cliënten die vluchten met alleen een Albert Heijn-tasje. Een advocatenkantoor krijgt het gender equality-verhaal. Geen standaardverhaal, wel één helder kernthema.

  5. Zoek de haakjes bij werkgevers. Werk is vaak de veilige plek en inkomen maakt vertrekken mogelijk. Voor werkgevers zit de link bij verzuim, productiviteit en goed werkgeverschap. Zoek de zakelijke ingang naast de morele.

  6. Vraag om ongeoormerkt geld, en leg uit waarom. Aanvraag schrijven plus verantwoording schrijven kost bij een eenjarig project zoveel tijd dat er weinig overblijft voor het echte werk. Vraag fondsen om samen te kijken wat bereikt kan worden, in plaats van blind vertrouwen te vragen.

  7. Persoonlijk contact wint van de perfecte aanvraag. Dit is Tamara’s belangrijkste boodschap. Laat je stem horen, vertel waarom jij dit werk doet, en pitch niet. Dat landt vaak veel beter dan het beste geschreven voorstel.

 


Over Blijf Groep

Blijf Groep helpt slachtoffers van huiselijk geweld in Noord-Holland en Flevoland, en deelt landelijk haar kennis over femicide met andere vrouwenopvangorganisaties. De organisatie heeft de ANBI-status en ontving recent het CBF-keurmerk voor erkende goede doelen.

Gerelateerde artikelen

Meld je ook aan